Voorwaarden voor de aangifte van een briefadres zijn als volgt:
De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt;
De aanvrager is verplicht om bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen;
Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:
Een geldig identiteitsbewijs van de aanvrager;
Een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres;
De schriftelijke verklaring van de aanvrager met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;
Een geldig identiteitsbewijs of een kopie daarvan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever;
Bewijs dat aanvrager op zoek is naar een nieuwe woning, zoals inschrijving en reacties op woningnet, tenzij er al een nieuwe woning in het vooruitzicht is. Indien er al een woning in het vooruitzicht is, dan volstaat een kopie huur- of koopcontract;
Bewijs dat aanvrager geen vast verblijfadres heeft, zoals ondertekende verklaringen van een bewoner van de adressen waar aanvrager komende periode verblijft, met een geldig identiteitsbewijs of een kopie van het identiteitsbewijs.
Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, lid 4, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is;
De briefadresgever die als ingezetene in de BRP ingeschreven staat, kan maximaal aan twee gezinshuishoudens of twee alleenstaanden toestemming geven een briefadres te houden;
Lid 5 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.
Artikel 3: