**1..** De commissievoorzitter zorgt dat ten minste zeven dagen voor een vergadering de commissieleden een schriftelijke oproep en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken via de elektronische weg ter beschikking krijgen.
**2..** In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter na het verzenden van een schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken via elektronische weg ter beschikking gesteld aan de leden.
**3..** Op de stukken bedoeld in het eerste en tweede lid is artikel 8 derde lid van deze verordening van toepassing.
**4..** Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de commissievoorzitter in overleg met de commissiegriffier de agenda van de vergadering op.
**5..** De agenda wordt bij aanvang van een vergadering door de raadscommissie vastgesteld.
**6..** Indien een commissielid wenst te spreken over een stuk dat is geplaatst op de lijst van ter inzage gelegde stukken van de betreffende commissie, meldt hij dit uiterlijk 24 uur voor de vergadering bij de commissiegriffier met daarbij duidelijk omschreven waarom hij bespreking wenst. De commissiegriffier stelt de commissieleden en de portefeuillehouder(s) zo spoedig mogelijk daarna van het verzoek tot agendering in kennis.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 1.
Artikel 7.