Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.3

splitsing

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Schouwen-Duiveland 2019-2022

2.3.1 werkingsgebied Het bepaalde in dit artikel is van toepassing op alle reguliere woonruimte in de gemeente Schouwen-Duiveland. 2.3.2 splitsing De onder 2.3.1 bedoelde woonruimte mag niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 22 van de wet gesplitst worden in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, eerste en vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek als een of meer appartementsrechten de bevoegdheid omvatten tot het gebruik van een of meer gedeelten van het gebouw als woonruimte. 2.3.3 aanvraag splitsingsvergunning a. de in artikel 2.3.2 bedoelde vergunning kan schriftelijk worden aangevraagd bij burgemeester en wethouders. De aanvraag bevat tenminste de volgende gegevens: een tekening als bedoeld in artikel 109, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; een door een beëdigd taxateur opgemaakt taxatierapport betreffende het gebouw en de tot afzonderlijke woonruimte bestemde gedeelten van het gebouw, dat in ieder geval omvat een beschrijving en een beoordeling van de staat van onderhoud. b. voor het behandelen van de vergunningaanvraag worden leges berekend. Het legesbedrag wordt opgenomen in de legesverordening. 2.3.4 weigerings- en intrekkingsgronden a. de in artikel 2.3.2 bedoelde vergunning kan worden geweigerd als: naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met splitsing gediende belang; het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand. b. burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning intrekken indien: de houder van die vergunning niet binnen een jaar nadat deze vergunning onherroepelijk is geworden uitvoering heeft gegeven aan het vergunde; de vergunning is verleend op grond van de door de houder van die vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de voorwaarden of voorschriften die burgemeester en wethouders hebben verbonden aan het verlenen van de vergunning niet worden nageleefd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel