Naar hoofdinhoud
Als het overleg tot overeenstemming heeft geleid wordt de inhoud van de afspraken vastgelegd in een overeenkomst tussen gemeente en het schoolbestuur, waarin in ieder geval het volgende wordt opgenomen: het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op het primair onderwijs; het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door de aanvrager worden ingediend; als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting toetst, en of het naar het oordeel van het college noodzakelijk is bij het toetsen van het bouwplan en de begroting rekening te houden met feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het eerder genomen besluit kan worden herzien; de controle op en het afleggen van verantwoording over het besteden van de beschikbaar te stellen middelen; de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt; de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan tot 12 procent van het geraamde investeringsbedrag. De inhoud van de afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst tussen gemeente en schoolbestuur. De overeenkomst regelt minimaal de volgende onderwerpen: budgetomvang en betalingsschema en de te stellen voorwaarden aan de betalingen; taken/verantwoordelijkheden en positie van betrokken partijen; gronden, bouwplan (totstandkoming, toetsingen, goedkeuringen), bouw- en woonrijp maken, bestemmingsplan, duurzaamheid, tijdelijke huisvesting, aanbesteding en eventuele andere relevante onderwerpen; planning; overleg / projectorganisatie. Bij het toepassen van artikel 14, tweede lid, neemt het college binnen 4 weken nadat overeenstemming is bereikt een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het bepaalde in artikel 15 is daarbij van overeenkomstige toepassing. Als binnen de gestelde termijn van 4 weken niet voldaan kan worden dan deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk mede en noemt daarbij een redelijke termijn waar binnen wel een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt genomen kan worden. Als het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid legt het college dit schriftelijk vast in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen vier weken na het overleg, onder gelijktijdige mededeling dat het bekostigen van de uitvoering van de voorziening wordt opgeschort.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel