Als de aanvrager een bouwopdracht heeft gegeven of een koop-, huur-, of erfpachtovereenkomst heeft afgesloten, zendt hij hiervan binnen twee weken een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichting wordt voldaan.
De in het eerste lid bedoelde:
bouwopdrachten en overeenkomsten zijn onherroepelijk;
bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt opgeleverd;
huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum van inwerkingtreding, alsmede de duur van de overeenkomst;
koopovereenkomsten vermelden de datum van aankoop.
De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het overschrijden van de in het eerste lid bedoelde termijn veroorzaakt wordt door:
bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, en
de aanvrager voor de deadline een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot het verlengen van de termijn heeft ingediend bij het college.
Het college beslist op een verzoek tot het verlengen van de termijn. Bij inwilliging van het verzoek wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn wordt verlengd.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4
Artikel 16.