Naar hoofdinhoud
Bij de uitoefening van een mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: “Namens xxxxxxx (volgt de naam van het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1, sub a), xxxxxx (volgt de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de directeur)”. Ingeval van uitoefening van ondermandaat worden uitgaande stukken overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ondertekend, met dien verstande dat de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de onder gemandateerde in de plaats van de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de directeur worden geplaatst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel