De betrokken bestuurder wordt over het instellen van een onderzoek op tijd geïnformeerd.
Daarbij wordt in ieder geval vermeld:
een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot instelling van het onderzoek;
dat betrokkenen en getuigen kunnen worden gehoord;
dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsbreuk, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden.
Van het eerste lid wordt alleen van afgeweken als het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als de betrokken bestuurder op de hoogte gesteld wordt.
Artikel 7.4
Kennisgeving aan betrokkene
Onderdeel van Gedragscode integriteit bestuurders Stadskanaal 2019