**1..** De hoogte van het pgb wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura en is toerei-kend voor de aanschaf daarvan.
**2..** De hoogte van een pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.
**3..** De hoogte van een pgb bedraagt in ieder geval niet meer dan de prijs waarvoor het college deze dienst heeft gecontracteerd en is gebaseerd op de ondersteuningsbehoefte van de cliënt, de in-tensiteit en de duur van de benodigde ondersteuning.
**4..** De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als:
deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het eerste tot en met derde lid gehanteerde tarief en;
dat deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt en;
dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald.
**5..** Het college stelt nadere regels ten aanzien van de berekeningswijze van persoonsgebonden bud-getten:
er wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van hulp en ondersteuning en, voor zover van toepassing, in ieder geval in verband met:
de te bieden deskundigheid en/of
het vereiste opleidingsniveau en/of
of er gewerkt wordt volgens toepasselijke professionele of kwaliteitsstandaarden;
voor een zelfstandig professional geldt dat het persoonsgebonden budget-tarief wordt bepaald op 90% van de voorziening in natura, waarbij rekening is gehouden met het feit dat deze aanbieder geen of lagere overheadkosten heeft dan een professionele organisatie met personeel;
het tarief voor het persoonsgebonden budget individuele ondersteuning (Ondersteuningsbe-hoefte 1 tot en met 4) voor de niet-professionele aanbieder, wordt vastgesteld op € 0,34 per minuut;.
gedurende de periode van 1 januari 2019 tot en met 30 april 2019 bedraagt het tarief voor groepsgerichte ondersteuning (Ondersteuningsbehoefte 1 tot en met 3) door een niet-professionele ondersteuner € 20,00 per dagdeel, en € 30,00 per etmaal voor Wonen en verblijf door een niet-professionele aanbieder, op basis van het bepaalde in artikel 2.6.13 lid 6 van de voormalige Regeling subsidies AWBZ;
ingaande 1 mei 2019 bedraagt zowel de vergoeding voor groepsgerichte ondersteuning (On-dersteuningsbehoefte 1 tot en met 3) door een niet-professionele ondersteuner als voor Wo-nen en verblijf door een niet-professionele aanbieder € 141,00 per kalendermaand waarin die voorziening wordt geboden, ongeacht de feitelijke omvang van de voorziening, overeenkom-stig de ministeriele regeling van 27 november 2018;
het college legt in de nadere regels de hoogte van de daadwerkelijke tarieven vast.
**6..** Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.
**7..** Het college stelt in het besluit nadere regels vast over de hoogte van het pgb en de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12.