**1..** Het college neemt het verslag en, als dit er is, het aanvraagformulier als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening.
**2..** Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening:
ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als ge-volg waarvan cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg;
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk;
met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; of
met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
**3..** De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en/of
ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen
op eigen kracht;
met gebruikelijke hulp;
met mantelzorg;
met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; of
met gebruikmaking van algemene voorzieningen.
**4..** De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
**5..** Recht op een maatwerkvoorziening bestaat slechts voor zover deze als de goedkoopst compenserende voorziening kan worden aangemerkt.
**6..** Het college kan overigens nog nadere regels stellen over te verstrekken voorzieningen.
Toelichting artikel 9 en 10:
De artikelen 9 en 10 van de verordening geven aan op grond van welke criteria iemand voor een maatwerkvoorzie-ning in aanmerking kan komen en welke afwijzingsgronden worden gehanteerd. Daarmee wordt invulling gegeven aan de verplichtingen in de wet en de actuele rechtbankjurisprudentie.
Algemeen gebruikelijk
In de toelichting op artikel 10 van de verordening wordt onder andere ingegaan op het gebruik “algemeen gebruikelijk”. De Centrale Raad van Beroep heeft op 24 februari 2016 daaraan de volgende overwegingen toegevoegd:
allereerst moeten de beperkingen van betrokkene en diens behoeften in kaart worden gebracht;
vervolgens dient te worden vastgesteld met welke voorzieningen de beperkingen – in rela-tie tot de behoeften - kunnen worden gecompenseerd;
daarna moet worden bekeken of:
betrokkene ook over de gevraagde voorziening zou hebben kunnen beschikken wan-neer hij geen beperkingen zou hebben gehad,
de voorziening in de reguliere handel verkrijgbaar is, en
of gelet op de maatschappelijke normen de voorziening tot het bestedingspatroon van cliënt behoort.
Pas nadat op deze wijze een onderzoek is uitgevoerd is een beslissing van het college op de aan-vraag opportuun.
In het navolgende worden de criteria vermeld betreffende enkele veel voorkomende maatwerkvoorzie-ningen.
Hoofdstuk
Artikel 10.