**1..** Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt, dan wel zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig zijn familie.
**2..** De factoren, genoemd in artikel 2.3.2, vierde lid, van de wet maken in ieder geval deel uit van het on-derzoek en vormen de basis van het gesprek als bedoeld in het eerste lid.
**3..** Tijdens het gesprek wordt aan de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordin-gen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een persoonsgebonden budget en wat de gevolgen van die keuze zijn.
**4..** Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt toestemming om zijn persoonsgegevens te verwerken.
**5..** Het college kan een zorgaanbieder voor consultatie inschakelen ten behoeve van het onderzoek.
**6..** Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger binnen vijf werkdagen een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, waaronder een verslag van het gesprek als bedoeld in het eerste lid.
**7..** Indien uit het onderzoek blijkt, dat een maatwerkvoorziening voor hulp bij zelfredzaamheid en/of parti-cipatie noodzakelijk is, dan bepaalt het college de kostprijs van deze voorziening op basis van de voor de cliënt geldende ondersteuningsbehoefte, de intensiteit en de duur van de vereiste zorginzet om het gewenste resultaat te behalen.
**8..** De cliënt tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar bin-nen vijf werkdagen wordt geretourneerd aan het college. Als de cliënt tekent voor gezien, kan hij daar-bij tevens aangeven waarom hij niet akkoord is.
**9..** Als de cliënt in aanmerking wil komen voor een maatwerkvoorziening, wordt dit opgenomen in het verslag van het gesprek.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 6.