Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1: › Paragraaf 1.4

Artikel 1.13

Hoogte van de boete

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en aanverwante regelingen gemeente Putten 2019

Het college stelt de boete als volgt vast: Wanneer opzet aantoonbaar is: 100% van het benadelingsbedrag; Wanneer er geen opzet is, maar wel grove schuld: 75% van het benadelingsbedrag; Wanneer er geen opzet en geen grove schuld is: 50% van het benadelingsbedrag; Wanneer er is voldaan aan de criteria van artikel 2a Boetebesluit of om een andere reden sprake is van verminderde verwijtbaarheid: 25% van het benadelingsbedrag. De maximale hoogte van de boete wordt vastgesteld conform artikel 23, vierde lid van het Wetboek van Strafrecht. Indien er sprake is van recidive bedraagt de boete maximaal 150% van het benadelingsbedrag. Op het bedrag uit lid 3 wordt het boetepercentage toegepast dat voortkomt uit beoordeling van de mate van verwijtbaarheid conform het eerste lid. Bij het bepalen van de hoogte van de boete, dient mede te worden vastgesteld binnen welke termijn deze kan worden afgelost en daarop dient de boete te worden afgestemd. De termijn als bedoeld in het vijfde lid wordt bepaald op: binnen 24 maanden moet kunnen voldoen bij opzet; binnen 18 maanden moet kunnen voldoen bij grove schuld; binnen 12 maanden moet kunnen voldoen bij normale verwijtbaarheid (geen opzet en geen grove schuld); binnen 6 maanden moet kunnen voldoen verminderde verwijtbaarheid. Indien het besluit tot het opleggen van een boete is genomen langer dan 13 weken na het opmaken van het boeterapport worden de percentages genoemd in het eerste en derde lid gehalveerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel