Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1: › Paragraaf 1.4

Artikel 1.15

Wet inburgering

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en aanverwante regelingen gemeente Putten 2019

De in artikel 34 van de Wi bedoelde boete bedraagt: € 500,-- wanneer de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de Wi bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de Wi verlengde termijn het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. € 1.000,-- wanneer de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 of 33 van de Wi vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald. Wanneer er sprake is van een boetewaardige gedraging als bedoeld in het eerste lid moet het college de ernst van de overtreding, de verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende afwegen en moet de hoogte van de boete daarop worden afgestemd. Het college kan besluiten de boete te matigen als het van oordeel is dat de overtreding niet of in mindere mate aan de cliënt verweten kan worden of de omstandigheden van de belanghebbende zodanig zijn dat het van bijzondere hardheid zou getuigen om tot (maximale) boe¬teoplegging over te gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel