Een woonkostentoeslag kan worden toegekend wanneer de belanghebbende een huurwoning bewoont, maar (tijdelijk) niet in aanmerking komt voor huurtoeslag omdat:
het contract niet ingaat per de eerste van de maand; of
de huurtoeslag aangevraagd is maar deze nog niet betaalbaar is gesteld, waardoor de belanghebbende in financiële problemen komt.
De hoogte van de woonkostentoeslag als bedoeld in lid 1 onder a wordt berekend naar het aantal contractdagen in die maand.
Indien de belanghebbende een eigen woning bewoont, kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de kosten van hypotheekrente.
Bijzondere bijstand voor huur of hypotheekrente wordt voor maximaal 6 maanden verstrekt, waarbij aan de belanghebbende de verplichting wordt opgelegd om zo snel mogelijk goedkopere woonruimte te aanvaarden.
Wanneer de belanghebbende aantoonbaar heeft gezocht naar goedkopere woonruimte, maar daar niet in slaagt, kan de termijn voor toekenning van de woonkostentoeslag telkens met 6 maanden worden verlengd met een maximumtermijn van 24 maanden.
Wanneer de verplichting als bedoeld in het vierde lid wordt opgelegd, wordt de bijzondere bijstand uiterlijk voortgezet tot het moment dat de belanghebbende in aanmerking komt of in aanmerking had kunnen komen voor goedkopere woonruimte.
Komt de belanghebbende de verplichting als bedoeld in het vierde lid verwijtbaar niet na, dan wordt de bijzondere bijstand per ommegaande beëindigd.
Voor de berekening van de hoogte van de bijzondere bijstand voor huur of hypotheekrente wordt aangesloten bij de systematiek van de Belastingdienst voor de huurtoeslag.
HOOFDSTUK 2: › Paragraaf 2.3
Artikel 2.11
Kosten in verband met wonen
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en aanverwante regelingen gemeente Putten 2019