Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2: › Paragraaf 2.4

Artikel 2.21

Criteria Minimaregelingen

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en aanverwante regelingen gemeente Putten 2019

Om in aanmerking te komen voor de Minimaregelingen, genoemd in deze paragraaf, dient belanghebbende te voldoen aan de volgende criteria: De belanghebbende dient inwoner van de gemeente Putten te zijn; De inkomsten waren in de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag niet hoger dan 110% van de geldende bijstandsnorm, tenzij er sprake is van een crisissituatie; In afwijking van lid 1 onder b geldt de inkomensgrens van 110% niet gedurende zes maanden indien de periodieke uitkering is beëindigd vanwege werkaanvaarding en de belanghebbende had op het moment van beëindiging recht op de regelingen conform dit artikel; Het vermogen is niet hoger dan de vastgestelde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 Participatiewet; Voor kinderen tot 18 jaar kan voor sportieve en structureel culturele activiteiten geen vergoeding worden verstrekt op grond van deze regeling. Van een crisissituatie als bedoeld onder b is in ieder geval sprake als er in de 12 maanden voorafgaande aan de aanvraag voor een Minimaregeling sprake is van een echtscheiding of beëindigde geregistreerd partnerschap en/of samenwoning en als er sprake is van een statushouder die nog geen 12 maanden verblijf heeft in Nederland. In geval van een echtscheiding of beëindigde geregistreerd partnerschap en/of samenwoning als bedoeld onder g wordt alleen het inkomen in aanmerking genomen van de aanvrager en niet van de ex-partner. In geval van een statushouder als genoemd onder e wordt het inkomen in aanmerking genomen vanaf het moment dat deze in Nederland verblijft. Geen recht op een vergoeding als bedoeld in artikel 2.22 en 2.23 bestaat wanneer de aanvrager woonachtig is in een Wlz-instelling of wanneer de aanvrager een student is en een tegemoetkoming of studiefinanciering wordt ontvangen. Wanneer de student als bedoeld in het tweede lid heeft gekozen voor een opleiding bij een opleidingsinstituut welke is uitgesloten van een tegemoetkoming of studiefinanciering, dan wordt deze gelijkgesteld met iemand die wel een tegemoetkoming of studiefinanciering ontvangt. Het recht op de Minimaregeling(en) eindigt: Op de verhuisdatum, als de belanghebbende verhuist naar een andere gemeente; of In geval van overlijden van de belanghebbende, op de datum van overlijden; of Op 31 december van het jaar in overige gevallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel