Wanneer de belanghebbende, na te zijn aangemaand, weigerachtig blijft om zijn betalingsverplichting na te komen en/of de achterstand in betaling ineens te voldoen, vordert het college de vordering bij dwangbevel in als bedoeld in artikel 60, tweede lid van de Participatiewet en artikel 28, eerste lid van de Ioaw of Ioaz, wanneer het een terugvorderingsbesluit betreft van na 1 juli 2009.
Het dwangbevel bevat een bevel tot betaling binnen 7 dagen na het uitvaardigen van het dwangbevel.
In de situatie als bedoeld in het eerste lid, ontvangt de belanghebbende geen dwangbevel, maar een ingebrekestelling, wanneer het een terugvorderingsbesluit betreft van vóór 1 juli 2009.
De in rekening gebrachte vergoeding voor aanmaning, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel worden eveneens bij dwangbevel ingevorderd.
De kosten van dwangbevel bedragen 10% van de vordering met een minimum van € 25,00 en een maximum van € 450,00.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3.10
Dwangbevel
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en aanverwante regelingen gemeente Putten 2019