Wanneer het college heeft besloten een uitkeringsgerechtigde een tegenprestatie op te dragen, dan krijgt de uitkeringsgerechtigde 4 weken de tijd om een tegenprestatieplaats te zoeken, tenzij het college maatschappelijke nuttige activiteiten voorhanden heeft, die niet uitgesteld kunnen worden.
De verplichting tot een tegenprestatie naar vermogen wordt in een beschikking aan de uitkeringsgerechtigde opgelegd.
Wanneer het de uitkeringsgerechtigde niet lukt om binnen vier weken een tegenprestatie te vinden, draagt het college aan de uitkeringsgerechtigde een passende tegenprestatie aan.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.2
Artikel 4.9
Opdragen tegenprestatie
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en aanverwante regelingen gemeente Putten 2019