Indien de belanghebbende zich bereid heeft verklaard en zich naar oordeel van het college voldoende heeft ingespannen maar de voortgang achterblijft, wordt geoordeeld dat elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt indien:
een omstandigheid zoals beschreven in artikel 6.3 lid b tot en met d aan de orde is; of
anderszins een individuele omstandigheid aanwezig is die maakt dat het gebrek aan voortgang niet verwijtbaar is.
Wanneer de belanghebbende aan het einde van de vastgestelde periode, zoals bedoeld in artikel 6.6 onderdeel c, het referentieniveau niet heeft bereikt noch de gewenste vorderingen heeft gemaakt en er door het college wordt vastgesteld dat dit niet verwijtbaar is, dan kan het college besluiten het taaltraject te stoppen en wordt dit opgenomen in het persoonsdossier.
Voor de situatie zoals beschreven onder lid 2 van dit artikel wordt een termijn van maximaal 3 jaar gehanteerd.
HOOFDSTUK 6
Artikel 6.7
Het ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet en aanverwante regelingen gemeente Putten 2019