** 1. .** De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheen geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van de ter zake voor het bestuursorgaan geldende wettelijke regelingen en beleidsregels.
** 2. .** Het bestuursorgaan kan de directeur algemene instructies en instructies per geval geven omtrent de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid. Indien sprake is van ondermandatering, is de directeur gehoudendeze instructies onverwijld aan de betreffende ondergemandateerden door te geven, onverminderd de bevoegdheid van het bestuursorgaan dit zelf te doen.
** 3. .** De in lid 2 van dit artikel genoemde algemene instructies worden gebundeld op schrift gesteld en maken geen deel uit van dit besluit.
** 4. .** Indien instructies wordengegeven, geschiedt dit schriftelijk en op een zodanig tijdstip dat de inachtneming of tijdige verdagingvan beslistermijnen gewaarborgd wordt.
Artikel 7