**1..** Bij de uitoefening van een mandaat worden uitgaande stukken als volgt ondertekend: “Namens ……………. (volgt de naam van het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1, sub a), ……………. (volgt de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de directeur)”.
**2..** Ingeval van uitoefening van ondermandaat worden uitgaande stukken overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ondertekend, met dien verstande dat de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de ondergemandateerde in de plaats van de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de directeur wordt geplaatst.