**1..** Ieder lid van de raad kan tijdens de vergadering (sub)amendementen op een voorstel indienen bij de voorzitter. Dit gebeurt schriftelijk, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat.
**2..** Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd om op een amendement een wijziging voor te stellen (subamendement).
**3..** De beraadslaging over een amendement vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft.
**4..** Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.
Hoofdstuk 5.
Artikel 26.