** 1. .** Belanghebbende gaat, voordat het college hem een tegenprestatie opdraagt, gedurende maximaal één maand zelf op zoek naar onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten die hij kan gaan verrichten. Het college kan, op basis van bijzondere omstandigheden, deze termijn met een maand verlengen.
** 2. .** Als belanghebbende zelf onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten heeft gevonden, meldt hij dit bij het college. Het college beoordeelt of de door de belanghebbende gevonden activiteiten voldoen aan de criteria zoals genoemd in artikel 2:23 van deze beleidsregels.
** 3. .** Als de belanghebbende na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, geen onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten heeft gevonden, dan draagt het college een tegenprestatie op.
** 4. .** Belanghebbende stelt, samen met de organisatie waarvoor hij activiteiten gaat verrichten, een overeenkomst op. In deze overeenkomst is in ieder geval vastgelegd:
waaruit de activiteiten bestaan;
voor hoeveel uren per week belanghebbende de activiteiten gaat uitvoeren;
gedurende hoeveel weken of maanden belanghebbende de activiteiten gaat uitvoeren;
of de organisatie een vergoeding toekent voor het verrichten van de activiteiten, alsmede de hoogte van de eventuele vergoeding.
** 5. .** Het college voegt de overeenkomst, zoals bedoeld in het vierde lid, toe aan een beschikking. De overeenkomst maakt integraal onderdeel uit van de beschikking.
** 6. .** Als belanghebbende, na het verrichten van de tegenprestatie, doorgaat met het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten, legt het college dit vast in een beschikking.
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.6:
Artikel 2:22:
Activiteiten zoeken
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017