**1..** Het college maakt met het oog op de beschikbare middelen in het Participatiebudget een zorgvuldige afweging bij de inzet van voorzieningen
**2..** Bij de inzet van middelen uit het Participatiebudget hanteert het college de volgende uitgangspunten;
Belanghebbende moet een duidelijke motivatie hebben;
Belanghebbende die competenties heeft zijn loonwaarde te vergroten, wordt hiertoe door het college gestimuleerd;
Belanghebbende van wie is te verwachten dat hij op basis van competenties en capaciteiten kansrijk is op de arbeidsmarkt, wordt zo spoedig mogelijk opgepakt;
Bij de inzet van voorzieningen wordt een afweging gemaakt tussen de kosten van de reintegratie voorziening ten opzichte van de kosten van een mogelijke voorliggende voorziening, zowel op de korte als de middellange termijn;
**3..** Tenzij anders bepaald in deze beleidsregels, zet het college geen middelen uit het Participatiebudget in, ten behoeve van:
Belanghebbende die is opgenomen in een inriching, als bedoeld in artikel 1 sub f PW, waaronder begrepen belanghebbende die woont in een zelfstandige wooneenheid op het terrein van een inrichting;
Belanghebbende ouder dan 60 jaar
Jongere tot 27 jaar, die uit 's rijkskas bekostigd onderwijs volgt of kan volgen;
Een niet-uitkeringsgerechtigde;
Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.1:
Artikel 2:4:
Prioriteiten op het gebied van re-integratie
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017