Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1.3:

Artikel 3:11:

Toepassing vrijlating inkomsten

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017

1. . Het college verstaat onder inkomstenvrijlating de vrijlating als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel n, PW, artikel 8, tweede lid, IOAW en artikel 8, tweede lid, IOAZ. 2. . Het doel van de inkomstenvrijlating is belanghebbende te stimuleren meer uren te gaan werken, waardoor hij geheel of gedeeltelijk onafhankelijk van de uitkering zal zijn. 3. . Het college past de inkomstenvrijlating toe bij belanghebbende die regulier werk heeft aanvaard, maar nog niet (volledig) onafhankelijkis van de uitkering. 4. . Voor de toepassing van de inkomstenvrijlating gelden de volgende voorwaarden: belanghebbende is ouder dan 27 jaar, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd; belanghebbende zet zich gemotiveerd in om het aantal te werken uren per week uit te breiden met als doel zo veel mogelijk onafhankelijk te zijn van de uitkering; de consulent bepaalt, in overleg met belanghebbende, de periode waarin het college de inkomstenvrijlating toepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel