** 1. .** Voor wat betreft de ingangsdatum van zowel de algemene bijstand als de bijzondere bijstand, als de uitkering op grond van de IOAW of IOAZ hanteert het college de hoofdregel, zoals neergelegd in artikel 44, eerste lid, PW, respectievelijk artikel 16a, eerste lid, IOAW of IOAZ.
** 2. .** Bij het toekennen van algemene bijstand, dan wel een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ is afwijking van het bepaalde in het eerste lid slechts mogelijk als:
belanghebbende een aanvraag heeft ingediend voor een voorliggende voorziening, en deze is afgewezen, waarna de belanghebbende een bijstandsuitkering of een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ aanvraagt;
er sprake is van zeer dringende redenen.
** 3. .** Voor aanvragen bijzondere bijstand geldt dat het college een periode van 1 maand (terugwerkende kracht) hanteert. Oftewel een aanvraag is tijdig als deze binnen 1 maand na het opkomen van de kosten wordt ingediend tenzij het kosten betreft waarvan de noodzaak vooraf moet worden vastgesteld (denk aan inrichtingskosten). Periodieke en incidentele bijzondere kosten die zijn gelegen in de maand voorafgaand aan de aanvraag kunnen dus voor vergoeding in aanmerking komen.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:
Artikel 3:15:
Ingangsdatum en terugwerkende kracht
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017