Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1.2:

Artikel 3:6:

Verlenen van ontheffing wegens dringende redenen

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017

1. . Het college ontheft een uitkeringsgerechtigde slechts van een of meer verplichtingen zoals genoemd in artikel 9, eerste lid sub a en/of c, PW, artikel 37, eerste lid, IOAW en artikel 37, eerste lid, IOAZ, wanneer hiervoor dringende redenen aanwezig zijn. 2. . Het college ontheft een uitkeringsgerechtigde van de verplichtingen over de periode waarover de belemmering zich voordoet, doch maximaal voor de periode van 1 jaar. 3. . Na de periode van maximaal 1 jaar vindt een herbeoordeling plaats, die in het geval van ongewijzigde omstandigheden administratief kan worden afgehandeld. 4. . Dringende redenen zoals bedoeld in het eerste lid kunnen voortkomen uit zorgtaken, psychische en medische belemmeringen. 5. . Een ontheffing gaat in beginsel vergezeld van een verplichting om, naar vermogen, de omstandigheden, die maken dat een ontheffing noodzakelijk is, teniet te doen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel