** 1. .** Het college kan zorgtaken, zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid, PW, en artikel 37a, eerste lid, IOAW en artikel 37a, eerste lid, IOAZ in bepaalde gevallen als dringende redenen aanmerken op grond waarvan het college een ontheffing kan verlenen.
** 2. .** De zorgtaak die het college aanmerkt als dringende reden moet voldoen aan de volgende voorwaarden:
de betreffende zorgtaak is niet te combineren met de verplichting tot arbeidsinschakeling;
belanghebbende kan voor de zorgtaak geen of slechts een gedeeltelijk een beroep doen op een voorliggende voorziening;
het betreft bijzondere zorg voor een zieke of anderszins hulpbehoevende bloed- of aanverwant, en dus niet de reguliere opvoeding of zorg;
het college stelt de duur van de ontheffing vast conform hetgeen gesteld in art. 9 en 9a PW, dan wel zoveel korter als dat belanghebbende de zorgtaak verleent.
** 3. .** Wanneer het college bij het aanbieden van een voorziening rekening kan houden met de betreffende zorgtaken, beoordeelt het college de zorgtaken voor dat gedeelte als niet dringend.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1.2:
Artikel 3:8:
Ontheffing wegens intensieve zorgtaken
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017