Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 4.2.1:

Artikel 4:4:

Arbeidsverplichtingen

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017

1. . Van schending van de arbeidsverplichting is naar de mening van het college in ieder geval sprake als belanghebbende: algemeen geaccepteerde arbeid weigert, waardoor hij langer aangewezen blijft op uitkering, dan wel een hogere aanvullende uitkering nodig heeft; geen gebruik maakt van een hem aangeboden voorziening, zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van deze beleidsregels; niet naar vermogen solliciteert, of zoveel minder als op individuele basis met de klant is afgesproken. Deze afspraken liggen vast in een beschikking en/of in een Plan van Aanpak; de inschakeling in het arbeidsproces belemmert door houding en/of gedrag. 2. . Wanneer belanghebbende de arbeidsverplichtingen schendt, overweegt het college een maatregel op grond paragraaf 3.2 van de Verzamelverordening. 3. . Het college ziet onder andere af van het opleggen van een maatregel wegens schending van de arbeidsverplichtingen als: belanghebbende in de periode gelegen tussen de gedraging en het moment van opleggen van de maatregel alsnog werk heeft gevonden en hierdoor volledig uitstroomt uit de uitkering; de uitkering van belanghebbende voor het opleggen van de maatregel is beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel