Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.3:

Artikel 6:11:

Terugbetaling van leenbijstand

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017

1. . Belanghebbende dient de bijstand, die is verstrekt in de vorm van een renteloze geldlening, als bedoeld in artikel 48, tweede lid, PW, volledig terug te betalen, behalve in de gevallen zoals beschreven in de volgende leden. 2. . Is leenbijstand verstrekt voor duurzame gebruiksgoederen, dan dient belanghebbende deze binnen een periode van 36 maanden terug te betalen. Na 36 maanden vindt kwijtschelding van de restsom plaats, als de belanghebbende de terugbetalingsverplichting steeds is nagekomen. De betalingscapaciteit is als volgt berekend: voor belanghebbenden met een inkomen op bijstandsniveau: 6% van de bijstandsnorm inclusief vakantiegeld per maand; voor belanghebbenden met een inkomen hoger dan de bijstandsnorm: 6% van de bijstandsnorm inclusief vakantiegeld per maand, plus het meerinkomen. 3. . Als leenbijstand is verstrekt omdat sprake is geweest van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in de voorziening van het bestaan, dan geldt een terugbetalingsregeling van 10% van de bijstandsnorm inclusief vakantiegeld per maand. In beginsel is dan na 36 maanden geen kwijtschelding mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel