Wanneer de taalvaardigheid op referentieniveau 1F niet is aangetoond, wordt toch geen taaltoets afgenomen indien:
het college vaststelt dat er in de individuele situatie van belanghebbende duurzame of langdurige belemmeringen zijn richting de arbeidsmarkt; of
tijdens een vorige uitkeringsperiode door een college is vastgesteld dat belanghebbende door in de persoon gelegen factoren niet in staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden; of
diverse malen een taalcursus of ander taalonderwijs gevolgd is en door een educatie-instelling vastgesteld is, dat belanghebbende vanwege in de persoon gelegen factoren niet is staat is om de Nederlandse taal op referentieniveau 1F machtig te worden; of
aan belanghebbende een ontheffing is verleend van de arbeidsplicht vanwege psychische, fysieke of sociale problematiek(en), waarbij de aard van de beperking waarvoor de ontheffing is afgegeven ertoe leidt dat het bereiken van referentieniveau 1F niet haalbaar is. Indien de ontheffing op enig moment niet wordt verlengd, dan dient de belanghebbende -indien van toepassing- alsnog de taaltoets af te leggen; of
bij aanvang van de uitkering duidelijk is dat er is sprake van kortdurende bijstand, waarbij kortdurend een periode van maximaal 4 maanden betreft.
Hoofdstuk 8:
Artikel 8:3:
Geen verplichting tot taaltoets
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ behorend bij Verzamelverordening 2017