Naar hoofdinhoud

Artikel 15b.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Edam-Volendam 2019

1. . Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot. 2. . De bijdrage dan wel het totaal van de bijdragen zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, is gelijk aan de kostprijs, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of het in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalde geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 3. . Voor kinderen onder de 18 jaar is geen eigen bijdrage verschuldigd. 4. . In afwijking van het eerste lid is geen eigen bijdrage verschuldigd voor de volgende voorzieningen: gebruik eigen auto; bruikleenauto; taxikosten; rolstoeltaxikosten; aanpassing eigen auto; eigen bijdrage ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt, voor een woningaanpassing ten behoeve van een minderjarig kind; verhuiskosten alleenstaande of gehuwd, zonder kinderen; verhuiskosten alleenstaande of gehuwd, met minderjarige kinderen; verhuiskosten voor personen die op verzoek van de gemeente een aangepaste woning vrijmaken; aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening; een rolstoel(aanpassing). 5. . Geen eigen bijdrage is verschuldigd indien cliënt een gecompliceerde schuldenlast heeft waar de Wet schuldsanering natuurlijke personen op van toepassing kan zijn. De vrijstelling wordt niet verleend indien cliënt aan hem verwijtbaar: niet meewerkt aan een minnelijk dan wel wettelijk schuldsaneringstraject, of een eerder een minnelijk dan wel wettelijk schuldsaneringstraject niet in goede orde heeft volbracht. De vrijstelling geldt niet voor de eigen bijdrage bij het wonen in een instelling voor beschermd wonen. De vrijstelling wordt niet met terugwerkende kracht verleend. De vrijstelling wordt beëindigd: bij overlijden van cliënt; bij verhuizing van cliënt; indien cliënt niet langer voldoet of wil voldoen aan de opgelegde voorwaarden. 6. . Het college kan in individuele gevallen besluiten om geen eigen bijdrage op te leggen indien sprake is van zorgmijding waarbij: sprake is van handicap of chronisch ziekte met complexe en/of zeer specifieke problematiek, en de zorgmijding leidt tot het niet volledig invullen van de zorgvraag. 7. . Het college kan aan de in lid 5 en 6 te verlenen vrijstelling aanvullende voorwaarden verbinden. 8. . De kostprijs van een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 9. . Het pgb is gelijk aan de hoogte van het aan cliënt toe te kennen bedrag. 10. . Het college van de centrumgemeente bepaalt of en door welke andere instantie dan het CAK, in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de wet (opvang en beschermd wonen), de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel