De termijn voor het uitsluitend recht op een particulier graf bedraagt:
voor het doen begraven en begraven houden van overledenen twintig, dertig of veertig jaar;
voor het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen:
in een particuliere urnennis, tien, twintig of dertig jaar;
in of op een particulier urnengraf, tien, twintig of dertig jaar;
in of op een particulier graf, voor de duur van de termijn van het desbetreffende graf;
voor een particuliere gedenkplaats, tien, twintig of dertig jaar;
voor het plaatsen van een vlinder op een vlinderrots, tien jaar.
De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.
Hoofdstuk 5
Artikel 16
Termijnen uitsluitend recht op een particulier graf
Onderdeel van Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Súdwest-Fryslân 2018