Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan besluiten tot gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de teruggevorderde bijstand indien de belanghebbende: Gedurende vijf jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en ten minste 75 procent van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of gedurende vijf jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald en ten minste 75 procent van de hoofdsom van de vordering heeft voldaan; of gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten. 2.. In beginsel wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid, aanhef en sub a of b slechts genomen als de belanghebbende daarom schriftelijk heeft verzocht. Tot toepassing van het eerste lid aanhef en onder c van dit artikel wordt uitsluitend ambtshalve besloten. 3.. Het in het eerste lid onder a en b genoemd percentage van 75 procent is niet van toepassing en de in het eerste lid onder a en b genoemde termijn van vijf jaar wordt op drie jaar gesteld indien: Het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode niet hoger was dan 90% van de voor belanghebbende toepasselijke bijstandsnorm; en de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. 4.. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van: De terugvordering van kosten van bijstand als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht. De terugvordering van kosten van algemene bijstand die is verstrekt in de vorm van een geldlening. Vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt, behoudens voor zover zij niet op die goederen verhaald kunnen worden.

Rechtspraak bij dit artikel