Indien belanghebbende de op grond van de artikelen 7:65 tot en met 7:67 opgelegde boete niet in één keer kan betalen, dan wordt de boete als volgt gematigd:
Bij opzet bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 24 maal 10% van de ten tijde van het opleggen van de boete op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, naar boven afgerond op een veelvoud van €10,–;
bij grove schuld bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 18 maal 10% van de ten tijde van het opleggen van de boete op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, naar boven afgerond op een veelvoud van €10,–;
bij normale verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 12 maal 10% van de ten tijde van het opleggen van de boete op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, naar boven afgerond op een veelvoud van €10,–;
bij verminderde verwijtbaarheid bedraagt de maximale boete een bedrag ter hoogte van 6 maal 10% van de ten tijde van het opleggen van de boete op de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm, naar boven afgerond op een veelvoud van €10,–;
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 7:67a