Naar hoofdinhoud

Artikel 4.15

Afzien van verlaging en waarschuwing i.p.v. verlaging

Onderdeel van Beleidsregels Werk & Inkomen 2019

Deze richtlijn is geïntegreerd in richtlijn Hoogte verlaging bij schending geüniformeerde verplichtingen en Hoogte verlaging bij schending niet-geüniformeerde verplichtingen. Artikel 4 van de verordening bepaalt het volgende: Een verlaging wordt toegepast op de uitkering respectievelijk de bijzondere bijstand die is verleend met toepassing van artikel 12 van de PW over de kalendermaand volgend op de maand waarin het besluit tot het toepassen van de verlaging aan een belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de op dat tijdstip voor die belanghebbende geldende bijstandsnorm. Maatregel met terugwerkende kracht In afwijking van het bovenstaande kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voorzover de uitkering of bijzondere bijstand nog niet is uitbetaald. Als verlaging niet mogelijk is, omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, kan de verlaging met terugwerkende kracht worden toegepast op de uitkering over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad dan wel de uitkering over de periode waarin de gedraging heeft plaatsgevonden. Verlagen in de toekomst Een op te leggen maatregel die niet kan worden uitgevoerd omdat de uitkering van de belanghebbende inmiddels is beëindigd, wordt alsnog toegepast wanneer de belanghebbende binnen twaalf maanden na beëindiging opnieuw een uitkering ontvangt.

Rechtspraak bij dit artikel