Naar hoofdinhoud
1.. Bij de aanvraag wordt een plan overlegd over de besteding van het persoonsgebonden budget en hoe deze toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning en/of jeugdhulp in te kopen. In dit plan worden de volgende zaken vastgelegd: reden waarom een persoonsgebonden budget wordt gewenst (Wmo) dan wel waarom een verstrekking in natura niet passend is (Jeugdwet); korte situatieschets; doelen; inhoud van de ondersteuning en/of jeugdhulp; soort en omvang van de ondersteuning en/of jeugdhulp; de ondersteuner, hulpverlener en/of zorgverlener die diensten verleent binnen de Jeugdwet en niet verbonden is aan een professionele organisatie dient een verklaring omtrent gedrag (VOG) te overleggen waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn voor de uitoefening van de functie, dat hij ingezetene is van Nederland en dat hij beschikt over een burgerservicenummer (BSN). 2.. Indien er sprake is van ondersteuning en/of jeugdhulp door een persoon uit het sociaal netwerk dient uit het plan zoals bedoeld in lid 1 te blijken dat deze in staat is de gevraagde ondersteuning en/of jeugdhulp gedurende de afgesproken periode te leveren en hoe, indien nodig, vervanging geregeld is bij vakantie of ziekte. Tevens dient deze persoon daarin aan te geven dat de ondersteuning en/of jeugdhulp aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt. 3.. Indien binnen drie maanden na toekenning het persoonsgebonden budget niet wordt ingezet wordt het besluit tot toekenning ingetrokken tenzij voor het niet inzetten van het toegekende budget gegronde redenen zijn. 4.. Voor het uitbetalen van een persoonsgebonden budget gelden de voorwaarden die de Sociale Verzekeringsbank, of diens rechtsopvolger, stelt aan de betaling van een persoonsgebonden budget.

Rechtspraak bij dit artikel