Naar hoofdinhoud
1.. Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een verzoek om: feitelijke informatie van geringe omvang; inzage in of afschrift van documenten waaromtrent geen geheimhouding is opgelegd krachtens de artikelen 25, 55 of 86 van de wet. De verzochte informatie wordt zo spoedig mogelijk verstrekt. 2.. Indien de ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld onder het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris of een daartoe door de secretaris aangewezen ambtenaar daarvan in kennis. De secretaris of een aangewezen ambtenaar beslist. 3.. Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om ambtelijke bijstand. 4.. De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt zo spoedig mogelijk verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken één of meer ambtenaren aan te wijzen die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. 5.. De secretaris kan het verzoek om ambtelijke bijstand afwijzen als: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden. 6.. Indien de bijstand wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.

Rechtspraak bij dit artikel