Naar hoofdinhoud
1.. Het saldo van baten en lasten over een dienstjaar wordt over de gemeenten omgeslagen op basis van de oppervlakte (30%) en het aantal inwoners (70%) conform de inwoneraantallen per 1 januari van dat dienstjaar, die gepubliceerd worden door de Provincie Flevoland, en 1 januari van het daaropvolgende dienstjaar uit de meerjarenraming van elk van de gemeenten. 2.. In afwijking van het eerste lid wordt voor de lokale brandweerzorg de verdeling op basis van de historische overdrachtsprijs, zijnde door de gemeenten overgedragen brandweertaken bij regionalisering in 2009, uit de gemeenten gehanteerd. 3.. De indexering voor de prijsontwikkeling van lonen en prijzen vindt plaats conform de mutatie in het Bruto Binnenlands Product, zoals dat jaarlijks door het Centraal Planbureau wordt gepubliceerd en in de zogenaamde “meicirculaire” wordt opgenomen als basis voor de indexering van lonen en prijzen. 4.. Voor uitgaven die betrekking hebben op regionale taken, niet zijnde de lokale brandweerzorg, geldt een volumeaanpassing die wordt gerelateerd aan de ontwikkeling van het aantal inwoners en oppervlakte in Flevoland. 5.. Andere ontwikkelingen en mutaties worden vóór het opstellen van de begroting in een nota van uitgangspunten door het algemeen bestuur vastgesteld. 6.. Bij het berekenen van het saldo van baten en lasten wordt rekening gehouden met bijdragen van het Rijk en van anderen. 7.. Voor de specifieke kosten die niet in redelijk gelijke mate ten behoeve van alle deelnemers zijn gemaakt, bepaalt het algemeen bestuur welke kosten als zodanig moeten worden aangemerkt en stelt het algemeen bestuur een nadere kostenverdeling vast. 8.. De specifieke kosten worden gedragen door de gemeenten die van de voorzieningen en diensten, waarvoor die kosten zijn gemaakt, gebruik hebben gemaakt en wel in de mate waarin zulks geschiedde. 9.. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober een vierde van de in artikel 16, zesde lid, bedoelde bijdrage. 10.. Blijft betaling voor de in het negende lid genoemde data achterwege, dan treedt een boetebeding in werking. Het aandeel wordt dan verhoogd met zoveel twaalfde gedeelten van de jaarrente als er maanden zijn verstreken sinds de desbetreffende vervaldatum. Een gedeelte van een maand wordt voor een volle maand gerekend. Het rentepercentage is gelijk aan het percentage van de wettelijk vastgestelde rente voor het jaar van inning van het aandeel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel