Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, als bedoeld in artikel 10, en twee door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden. 2.. De zittingstermijn van de aangewezen leden is drie jaar. Na afloop van de termijn worden door het algemeen bestuur opnieuw leden aangewezen. 3.. Een lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur. 4.. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde uittreden uit het dagelijks bestuur, met dien verstande dat het lidmaatschap in dat geval eindigt op het tijdstip waarop de opvolger in functie treedt. 5.. Het algemeen bestuur wijst, in een situatie zoals bedoeld in het vierde lid, in haar eerstvolgende vergadering een nieuw lid van het dagelijks bestuur aan die de vrijgevallen plaats inneemt. 6.. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar. 7.. Het dagelijks bestuur stemt bij meerderheid van stemmen. De leden van het dagelijks bestuur hebben in de vergadering van het dagelijks bestuur ieder één stem. 8.. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de taken, zoals beschreven in artikel 33b van de Wgr. 9.. Het dagelijks bestuur beheert de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam. 10.. Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit die door het algemeen bestuur en krachtens deze regeling aan hem zijn opgedragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel