Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid. Daar waar nodig wordt de voorziening op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen bijgesteld.
Voor openstaande vorderingen betreffende:
onroerende-zaakbelastingen;
precariobelasting;
hondenbelasting;
parkeerbelasting;
rioolheffing;
afvalstoffenheffing en bijstandsvertrekking;
wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.
Hoofdstuk 3.
Artikel 10.
Voorziening voor oninbare vorderingen
Onderdeel van Financiële verordening Vlissingen 2019 inclusief amendement