1. Het college kan ontheffing verlenen voor een paas- of ander folkloristisch vuur.
2. Per kern/buurtschap wordt voor maximaal één jaarlijks paas- of ander folkloristisch vuur ontheffing verleend aan een organisatie van plaatselijk belang, gemeentebreed jaarlijks voor maximaal 10 stuks.
3. Hierbij worden de volgende drie aanvullende criteria toegepast naast het 1e algemene criterium dat het aantal ontheffingen het maximum aantal van het vorige lid 2 overschrijdt:
a. Welke organisaties hebben de afgelopen vijf jaren het vaakst ontheffing gekregen? Ontheffingen worden verleend in volgorde van hoogste aantal en dan aflopend.
Bij gelijke aantallen wordt vervolgens gekeken naar geografische spreiding in de gemeente. Biedt dit ook nog onvoldoende soelaas dan wordt uiteindelijk gekeken naar:
Volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij een eerder ingediende aanvraag voorgaat op een later ingediende.
Het paas- of ander folkloristisch vuur mag een maximale omvang hebben van 350 m³, te weten: 14 m in doorsnede en 7 m hoog.
Bij de omvangbepaling is zonodig het oordeel van de namens het college controlerende bestuurder en/of ambtenaren maatgevend.
Aan een ontheffing voor het verbranden van een paasvuur worden voorschriften verbonden.
Artikel 5 paas- en andere folkloristische vuren
Artikel 5 paas- en andere folkloristische vuren
Onderdeel van Resthout met beleid verbranden