Het dagelijks bestuur legt voor 15 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast de controleverklaring en het bijbehorende verslag van bevindingen van de met de controles belaste accountant.
De jaarstukken worden gelijktijdig ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden.
Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt haar vast uiterlijk 13
juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, evenals de bijdragen die de deelnemers betalen in het eventuele exploitatietekort.
De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten gezonden, maar voor 15 juli.
Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken verleent - voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft - het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onre gelmatigheden.