Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg: a. als degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; b. als het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. 2.. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg: a. als daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; b. als dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. als het openhaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; d. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3.. De uitweg kan worden aangelegd in overeenstemming met de beleidsnotitie “ Notitie inzake uitritten” (vastgesteld op 8 april 2003), tenzij het college binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.

Rechtspraak bij dit artikel