Naar hoofdinhoud
7.1.. De eigenaar of houder van een hond wordt gevraagd om vrijwillig afstand te doen van zijn hond. 7.2.. De burgemeester kan besluiten tot onvrijwillige inbeslagname van een hond op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Awb: als de in het eerste lid genoemde situatie zich heeft voorgedaan en de houder hierop niet vrijwillig afstand doet van de hond en de burgemeester vreest dat de kans op bijtrecidive aanwezig is of; bij (zeer ernstige vrees voor het ontstaan van) een zeer ernstig bijtincident. 7.3.. Bij het in het tweede lid van dit artikel omschreven onvrijwillig in beslag nemen van de hond kan in opdracht van de eigenaar of houder een risico-assessment worden afgenomen, conform hetgeen is bepaald onder artikel 6 van deze beleidsregel. 7.4.. Wanneer uit het uitgevoerde risico-assessment, als bedoeld in het derde lid, blijkt dat de hond niet kan worden terug geplaatst, resocialiseerbaar, elders herplaatsbaar, of anderszins het risico op bijtincidenten kan worden voorkomen, wordt door de burgemeester besloten deze hond te laten euthanaseren, door een daartoe bevoegde dierenarts. 7.5.. De kosten van vervoer, verblijf, de testen en eventueel de kosten voor het laten uitvoeren van euthanasie komen volledig voor rekening van de houder of eigenaar van de hond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel