Lid 1
Indien het college op grond van de door hen ingewonnen inlichtingen van oordeel zijn, dat de ambtenaar niet regelmatig of niet voldoende studeert, waardoor hij niet in staat kan worden geacht zijn studie binnen de termijn, bedoeld in artikel 3 te volbrengen, is zij bevoegd de verleende studiefacilteiten al dan niet tijdelijk in te trekken.
Deze intrekking vindt echter niet plaats, indien de ambtenaar aannnemelijk maakt, dat de onregelmatige of onvoldoende studie het gevolg is van feiten en omstandigheden, die niet aan hem zelf zijn te wijten.
Lid 2
De ambtenaar is verplicht de inlichtingen te geven, die het college voor de toepassing van dit hoofdstuk nodig achten.