Lid 1
De ambtenaar bedoeld in artikel 4 meldt aan de manager van de afdeling PJC zijn financiële belangen respectievelijk bezit van en transacties in effecten, die de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met de functievervulling, kunnen raken.
Lid 2
De manager van de afdeling PJC voert een deugdelijke administratie van de meldingen bedoeld in het vorige lid, op een dusdanige wijze dat de privacy afdoende is gewaarborgd.
Lid 3
Indien de manager van de afdeling PJC, al dan niet na overleg met de direct leidinggevende van betrokkene, van oordeel is dat er maatregelen getroffen moeten worden om het risico van financiële belangenverstrengeling of misbruik het hoofd te bieden, brengt de manager van de afdeling PJC hiertoe nader advies uit aan het tot aanstelling en ontslag bevoegde gezag.