Uitgangspunt is dat een exploitant en de beheerders niet in enig op¬zicht van slecht levensgedrag zijn. Verwacht wordt dat de exploitant personeel aanstelt en de leiding over zijn bedrijf in handen geeft van personen aan wie deze leiding kan worden toevertrouwd.
Voor de definitie van slecht levensgedrag wordt aangesloten op de op bepalingen uit artikel 8, eerste lid sub b en c, en tweede lid van de Drank- en Horecawet alsmede de bijhorende jurisprudentie.
Wanneer wordt geconstateerd dat de exploitant of diens beheerders in enig opzicht van slecht levensgedrag is/zijn, wordt de exploitatievergunning ingetrokken dan wel gewijzigd door de beheerder van het vergunningaanhangsel te verwijderen.
Indien er meer dan tweemaal wordt geconstateerd dat bijgeschreven beheerders van slecht levensgedrag zijn wordt de exploitant niet geacht in staat te zijn zorg te dragen voor een deugdelijke bedrijfsvoering. Dit vormt eveneens een ernstig gevaar voor de openbare orde en veiligheid en heeft als gevolg dat de exploitatievergunning wordt ingetrokken. De vergunning kan eveneens worden ingetrokken als de exploitant meer dan tweemaal een verzoek indient tot beschrijving, zoals bedoeld in artikel 3:50 APV, van een beheerder die van slecht levensgedrag blijkt te zijn.
Strafbare feiten exploitant
Bestuurlijke stap
1e constatering
Intrekken exploitatievergunning
Strafbare feiten beheerder
Bestuurlijke stap
1e constatering
Beheerder verwijderen van exploitatie-
vergunning
2e constatering
Beheerder verwijderen van exploitatie-
vergunning en opleggen exploitant van een last onder bestuursdwang
3e constatering
Intrekken exploitatievergunning