Het college mandateert de bevoegdheid tot het aanwijzen van toezichthouders krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen (Wabo) aan de directeur van de Omgevingsdienst Twente.
De in het eerste lid genoemde bevoegdheid wordt gemandateerd onder de volgende voorwaarden:
het aanwijzen als toezichthouder heeft betrekking op alle personen die in opdracht van de Omgevingsdienst Twente, uit hoofde van hun taak, toezichthouden (generieke aanwijzing);
de aanwijzing heeft betrekking op het toezicht op de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, onderdeel milieu), de Wet milieubeheer (Wm), de Wet bodembescherming (Wbb) en de daarop gebaseerde besluiten en regelingen, dan wel de regelingen ter vervanging van deze wetten voor zover hun aard en strekking ten opzichte daarvan niet wezenlijk veranderen;
de aanwijzing heeft tevens betrekking op ketentoezicht op de onder b genoemde wetten;
de aanwijzing en daarmee de bijbehorende bevoegdheden van de toezichthouder vervallen bij uitdienst treden van de Omgevingsdienst Twente dan wel bij beëindiging van de tijdelijk opdracht (inhuur).
Artikel 1
Mandaat aan de directeur Omgevingsdienst Twente voor aanwijzen van toezichthouders
Onderdeel van Mandaatbesluit aanwijzing toezichthouders Omgevingsdienst Twente Haaksbergen (8.53)