**1..** In het sprekersplein bestaat bij aanvang van een agendapunt - met uitzondering van de gevallen waarin sprake is van artikel 57, lid 5 - voor belanghebbenden en deskundigen gelegenheid om relevante informatie, ideeën en meningen over dat agendapunt naar voren te brengen. Zij krijgen hiervoor maximaal 3 minuten de tijd.
**2..** De totale inspreektijd bij een agendapunt bedraagt maximaal 15 minuten. Als er bij een agendapunt meer dan 5 insprekers zijn, verdeelt de voorzitter de spreektijd evenredig over de sprekers.
**3..** Indien mogelijk leveren insprekers voordat het sprekersplein plaatsvindt, digitaal, danwel schriftelijk hun inbreng voor het sprekersplein bij de griffier aan.
**4..** De deelnemers aan het sprekersplein spreken vanaf een door de voorzitter aangewezen plaats en richten zich tot de voorzitter
**5..** De voorzitter van het sprekersplein geeft aan belanghebbenden of instellingen die zich aangemeld hebben voor het sprekersplein, het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken indien dit in het belang is van de orde van het sprekersplein. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend.
**6..** De bijdrage van een insprekende burger, instelling of deskundige moet relevant zijn voor de kaderstellende of controlerende taak van de raad.
**7..** Nadat belanghebbenden hebben ingesproken geeft de voorzitter vervolgens het college de gelegenheid om, indien gewenst, kort te reageren en geeft de aanwezige raadsleden en burgerfractieleden de gelegenheid tot het stellen van vragen aan de inspreker of andere deelnemers aan het sprekersplein.
**8..** Tijdens het Sprekersplein kan een dialoog tussen inspreker(s) en raadsvertegenwoordigers ontstaan. Deze dialoog duurt maximaal 15 minuten in totaal.
**9..** De voorzitter en deelnemers aan het gesprek bewaken gezamenlijk dat hetgeen ingebracht wordt relevant is voor het te nemen besluit.
**10..** De voorzitter en deelnemers aan het gesprek bewaken gezamenlijk de voor de behandeling van een agendapunt geraamde tijd. Om hieraan bij te dragen is het stellen van vragen om feitelijke informatie, van geringe omvang (als bedoeld in de verordening ambtelijke bijstand), tijdens het sprekersplein niet aan de orde. Een raadslid wendt zich met deze vragen conform hetgeen daarover geregeld is in de verordening ambtelijke bijstand, rechtstreeks – mondeling of schriftelijk - tot de (adjunct) directeur van de afdeling die belast is met de advisering over of uitvoering van het betreffende onderwerp.
**11..** De agendacommissie bepaalt bij vaststelling van de agenda ook de indicatieve tijdsduur van een vergadering. Indien niet alle agendapunten binnen deze tijdsduur kunnen worden afgehandeld dan kan – indien een tijdige besluitvorming zich daar niet tegen verzet – door de meerderheid worden bepaald dat een of meerdere agendapunten worden doorgeschoven naar een volgend sprekersplein.
**12..** Het is uiteindelijk aan de voorzitter om te bepalen, gelet op de beschikbare tijd, wanneer de behandeling van een agendapunt ten einde is. Ter bewaking hiervan kan de voorzitter, uitgaand van een evenredige verdeling van de spreektijd over de aanwezige fracties, een lid verzoeken zijn vragen danwel betoog af te ronden. Het desbetreffend lid geeft terstond gevolg aan dit verzoek.
**13..** Het bepaalde in het vorige lid is ook van toepassing op de inbreng van andere deelnemers aan het gesprek.
**14..** In het sprekersplein is geen gelegenheid om leden van het college politiek ter verantwoording te roepen.
**15..** Artikel 22 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op een sprekersplein.
**16..** Artikel 26, lid 2 en 3 van dit Reglement, is van overeenkomstige toepassing op een sprekersplein.
Hoofdstuk 8:
Artikel 58