Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet.
Het tarief voor een pgb:
a.wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;
b.wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en
c.bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura.
De hoogte van een pgb voor een hulpmiddel of woningaanpassing wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van het hulpmiddel of de woningaanpassing.
Een door het college geaccepteerde offerte is het uitgangspunt.
a. betreft de naturaverstrekking een nieuwe voorziening, dan wordt het pgb vastgesteld tot ten hoogste de kostprijs van deze nieuwe voorziening, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering;
b. als de naturaverstrekking een tweedehandsvoorziening betreft, wordt het pgb vastgesteld tot ten hoogste de kostprijs van deze tweedehandsvoorziening, rekening houdend met onderhoud en verzekering;
c. als de naturaverstrekking een tweedehandsvoorziening betreft die ouder is dan vier jaar, wordt het pgb vastgesteld op de kostprijs van een tweedehandsvoorziening die volgens een afschrijvingstabel vier jaar oud is, rekening houdend met onderhoud en reparaties.
De hoogte van een pgb voor dienstverlening wordt bepaald op basis van de dienstverlening die anders als zorg in natura zou zijn geleverd. Hierin onderscheidt het college de volgende onderverdeling:
a. als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een professionele aanbieder Wmo (formele ondersteuning), betreft het tarief per uur maximaal 100% van het laagste tarief per uur van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt;
b. als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een persoon uit het sociaal netwerk (informele ondersteuning), betreft het uurtarief:
75% van het van toepassing zijnde uurtarief hulp bij het huishouden;
€ 30,- per etmaal voor respijtzorg en kortdurend verblijf
75% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde instelling die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt tot een maximum van € 20,- per uur.
Bij het vaststellen van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden wordt rekening gehouden met de volgende uurtarieven:
a. als de ondersteuningsvrager zelf de regie op het huishouden kan voeren (HH1), wordt voor natura een bedrag per uur beschikbaar gesteld van € 20,96;
b. als de ondersteuningsvrager zelf de regie op het huishouden kan voeren (HH2), wordt voor natura een bedrag per uur beschikbaar gesteld van € 25,91.
Het college indexeert jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening toegekende pgb aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie.
Een pgb dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoevevanhetresultaatwaarvoorhetisverstrekt.
Hoofdstuk 3-
Artikel 13.
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Buren 2019