** 1. .** Het college kan een eenmalige subsidie verlenen aan een woningcorporatie, of in het geval van een gemengd VvE-complex een door de VvE gemachtigde woningcorporatie, voor de volgende bouwkundige aanpassingen aan een of meer bestaande wooncomplexen voor ouderen die het langer zelfstandig kunnen wonen van ouderen bevorderen:
het plaatsen van een collectieve lift;
het realiseren van een collectieve stalling voor scootmobielen of een initiatief met deelscootmobielen.
** 2. .** Onder een bestaand wooncomplex voor ouderen wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: bouwwerk bestaande uit vijf of meer woningen waarvan minimaal 75% van de woningen maximaal drie kamers bevat.
** 3. .** Onder een gemengd VvE-complex wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: een complex waarin 50% of meer van de woningen in eigendom is van een woningcorporatie.
** 4. .** Het subsidieplafond bedraagt in 2026 € 1.340.000.
**5. .** Het maximaal te verlenen bedrag is:
€ 30.000 per stopplaats voor een collectieve lift;
€ 10.000 per stallingsplek voor het realiseren van een collectieve scootmobielstalling;
€ 50.000 voor een pilot met deel-scootmobielen.
** 6. .** De aanvragen worden na de uiterste indiendatum onderling vergeleken en gerangschikt op een prioriteitenlijst, indien het totaal aangevraagde bedrag hoger is dan het subsidieplafond.
** 7. .** De volledige subsidieaanvragen worden inhoudelijk beoordeeld en gerangschikt aan de hand van het aantal punten dat wordt gehaald op basis van de volgende criteria:
doelstelling langer zelfstandig wonen ouderen (stadsniveau);
passender wonen voor ouderen (gebiedsniveau);
passender wonen voor ouderen (gebouwniveau);
vernieuwing;
diversiteit;
urgentie;
haalbaarheid/kwaliteit.
** 8. .** Per criterium kan nul tot en met drie punten worden gehaald. Het criterium vernieuwing heeft een wegingsfactor van 3, het criterium diversiteit een wegingsfactor van 2 en de overige criteria hebben een wegingsfactor van 1.
** 9. .** De aanvragen worden gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst.
** 10. .** Indien meerdere aanvragen hetzelfde aantal punten hebben behaald en door honorering van deze aanvragen het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de aanvraag met de laagste kosten als eerste gehonoreerd.
** 11. .** In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA, wordt bij de subsidieaanvraag een activiteitenplan overgelegd met daarin een beschrijving van:
de mate waarin de activiteit aansluit op elk criterium zoals benoemd in het zevende lid van dit artikel met een toelichting per criterium;
een projectplanning met in ieder geval voorbereiding, start bouw en oplevering;
een kostenraming op basis van realistische en marktconforme kostprijzen;
plattegronden van de bestaande- en nieuwe situatie;
indien van toepassing, hoe het initiatief met de bewonerscommissie van het gebouw is afgestemd.
** 12. .** De aanvraag moet worden ingediend vóór 1 januari van het jaar waarin de activiteiten zullen worden uitgevoerd.
** 13. .** In aanvulling op artikel 8, tweede lid, van de ASA wordt de subsidie geheel of gedeeltelijk geweigerd indien:
de begroting geen realistische en marktconforme kostprijzen bevat;
geen punten worden behaald voor de criteria uit het zevende lid onder d en e;
de activiteit bestaat uit regulier onderhoud aan bestaande installaties;
de activiteit niet vóór 31 december 2028 wordt verricht.
** 14. .** De aanvrager krijgt een voorschot van 75% van het subsidiebedrag bij verlening van de subsidie.
** 15. .** Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA zijn aan de subsidie de volgende verplichtingen verbonden:
De werkzaamheden dienen uiterlijk binnen twee jaar na de datum van verleningsbeschikking te hebben plaatsgevonden, tenzij in de verleningsbeschikking een andere termijn gesteld wordt. Deze termijn kan door het college op verzoek worden verlengd indien het college dit uitstelverzoek, voorzien van een onderbouwing, voor het verstrijken van de gestelde termijn ontvangt en de nieuwe termijn niet later is dan 31 december 2028;
Indien de activiteit dit vereist, dient de subsidieontvanger de vergunningen te verkrijgen voor de subsidiabele activiteit;
De subsidieontvanger is verplicht om de geleerde lessen uit de praktijk met andere woningcorporaties en betrokken partijen te delen;
Na uitvoeren activiteiten draagt de subsidieontvanger zorg voor toekomstig onderhoud en beheer van de voorziening.
** 16. .** Subsidies op grond van dit artikel worden niet direct vastgesteld.
** 17. .** In aanvulling op artikel 16, eerste lid, van de ASA bevat de aanvraag tot subsidievaststelling een verslag met hierin de geleerde lessen uit de praktijk, op welke wijze de activiteit heeft bijgedragen aan het doel van dit artikel, beeldmateriaal en de manier van kennisverspreiding.
** 18. .** Dit artikel vervalt per 1 januari 2030.
Hoofdstuk 5
Artikel 20a
Subsidie voor innovatieve activiteiten gericht op het langer zelfstandig wonen van ouderen
Onderdeel van Subsidieregeling stedelijke vernieuwing, verhuisregelingen en ouderenhuisvesting Amsterdam 2019